Minister van BZ Loudon aan gezant Constantinopel Van der Does de Willebois

[particuliere brief, handgeschreven]

Ministerie van Buitenlandsche Zaken

15 October 1915

Hooggeachte heer,

Het zou mij zeer aangenaam zijn van u te vernemen of het u mogelijk voorkomt met éénige kans op succes pressie uit te oefenen op de Turksche regeering, hetzij in samenwerking met den Amerikaansche Ambassadeur, ofwel met andere neutrale vertegenwoordigers, al dan niet door tusschenkomst van de Duitsche en Oostenrijksche Ambassadeurs – ten einde de voortzetting der gruwelen in Armenië, indien zij inderdaad plaatshebben, te beletten? Mij is gevraagd of Nederland ter zake niets zou kunnen doen. Ik ben natuurlijk bereid het mogelijke te doen doch, geheel onbekend zijnde met den toestand wil ik in de eerste plaats uw advies inwinnen. Aan den Amerikaanschen Gezant met wie ik de zaak besprak zeide ik zulks. Uw zeer hoog gewaardeerd oordeel zie ik desgaarne zoo spoedig mogelijk tegemoet.

Met de meeste hoogachting, uwer Loudon

Bron: Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Buitenlandse Zaken: Gezantschap, Consulaat, Consulaat-generaal te Constantinopel/Istanboel (Turkije), (1817) 1872-1954 (1955), nummer toegang 2.05.94, inventarisnummer 478.

Colofon