Het Vaderland, 19 juli 1923
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Na den vrede te Lausanne

LONDEN, 19 Juli. (H.N.). Naar uit Constinopel wordt gemeld, beginnen de daar wonende Grieken en Turken die gedurende de laatste 4 jaar met de geallieerden hebben samengewerkt zich ongerust te maken over mogelijke represailles van Turksche zijde zoodra de bezettingstroepen der entente de stad zullen hebben verlaten. Men is zeer benieuwd naar den omvang die de Turksche regeering zal geven aan de veelbesproken amnestie. Bovendien voelt het genoemde deel der bevolking zich bezwaard over het feit, dat Christen onderdanen het Turksche rijk alleen mogen verlaten als zij de belofte geven niet te zullen terugkeeren waardoor zij dus hun zaken en andere belangen moeten achter laten.

Van ingenomenheid met den pas gesloten vrede blijkt niets. Vooral de uiterste nationalisten betreuren het dat de regeering in Angora niet voldoende partij heeft getrokken van de destijds in Klein-Azië op de Grieken behaalde overwinning. Zij meenen dat Turkije veel te veel heeft toegegeven en grooter voordelen had kunnen bedingen.

Colofon