De Tribune, 28 juli 1930
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Een verdelgingsoorlog tegen de Koerden

Een oorlog, die in barbaarschheid den oorlog van Mac Donald aan de Noord-Westgrens van Indië evenaart, wordt op het oogenblik door de Turken gevoerd tegen het herdersvolk der Koerden, die nabij het Wan-meer op de grens van Turkije, Perzië en Armenië wonen.

Zooals de Turken eerst de Armeniërs hebben trachten uit te roeien, zoo roeien ze thans de Koerden uit. Reeds hebben de Turken

EEN 200 DORPEN PLATGEBRAND

en de bewoners, voor zoover deze niet in de bergen gevlucht zijn, afgemaakt.

De meeste Koerden hebben zich verschanst in 't Aghri-Dagh en Ararat-gebergte, waar ze eenigszins voor vliegtuigen-aanvallen zijn beschermd. Een gedeelte is naar Perzië uitgeweken.

Het "vredesverdrag" van Sèvres had indertijd aan de Koerden een zelfstandig Koerdistan beloofd, maar de Volkenbond is deze belofte natuurlijk niet nagekomen.

Ook in Voor-Azië blijkt weer duidelijk het verschil tusschen de wijze, waarop de U.S.S.R. en waarop de Volkerenbond het beginsel van zelfbeschikkingsrecht voor de naties opvat.

Die vele volkeren en stammen, die in de Transkaukasische Sowjet-republieken wonen, hebben ieder hun zelfstandige nationale republieken – en blijken in staat tot een vreedzame gezamenlijke opbouwarbeid – ondanks de vroegere onderlinge vijandschap.

De volkeren, die buiten deze Sowjet-republieken gebleven zijn, zooals een deel van de Armeniërs en thans weer de Koerden, zijn gepaaid door beloften van den Volkerenbond en worden inderdaad door de militair sterkere Turken op de barbaarsche wijze afgemaakt.

De Sovjets hebben in het bijzonder op het gebied van het nationaliteitenvraagstuk bewezen een oplossing te geven, die in het kapitalisme onmogelijk is.

Colofon