De Tribune, 18 augustus 1915
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Twintig Socialisten Opgehangen

Aan de Berner Tagwacht schrijft de Doema-afgevaardigde Arsjef Soerakof, dat in de vroege morgen van 15 op 16 Juni door de Turksche Regeering (die hierin dus bij de Russische niet wil achter blijven) 20 leden der S.D. Partij in Armenië zijn opgehangen. Onder de opgehangenen bevindt zich bijna het geheele personeel van de Redaktie van het jonge marxistisch-theoretische orgaan Kajtz (Vonk). De vermoorden behoorden tot de Armenische partij Intsjak (Klok), die in 1885 werd gesticht. Deze partij heeft van den dag van haar bestaan af zich als een marxistische gekonstitueerd, ofschoon in haar Marxisme de tonen van de oude Russische volksbeweging doorklonken. Maar in het vervolg, vooral in den aanvang van de Russische Revolutie, begon ze meer en meer de vooroordeelen van de oude volksbeweging af te leggen en werd een zuiver-marxistische vereeniging. Sinds 1905 noemde ze zich S.D.P. en werd na de Turksche Omwenteling van 1908 (aan het bewind komen van de Jong-Turken) onder dezen officieelen naam een wettige Turksche vereeniging.

Wat hebben de vermoorden gedaan, dat ze zoo gestraft zijn? In de beknopte officieele mededeeling zoekt men tevergeefs naar een konkrete mededeeling omtrent het vergrijp dezer personen. Daarin wordt slechts gezegd, "dat de opgehangenen zich schuldig gemaakt hebben aan het streven om een onafhankelijk, autonoom Armenië te scheppen." Tot bereiking van dit doel hebben zij, zoo heet het, misdaden gedaan: door middel van opruiing van buitenlanders wilden zij een deel van het Turksche Rijk afscheuren. Zij organiseerden in het geheim en in het openbaar bijeenkomsten op verschillende plaatsen in het buitenland en verbreidden opruiende manifesten en geschriften.

Soerakof vraagt: Maar wat was nu eigenlijk de oorzaak en de aanleiding tot de veroordeeling dezer menschen? En hij antwoordt: De Jong-Turken wilden blijkbaar een voorbeeld stellen, om aan de provinciale regeeringen te toonen, hoe ze de opstanden moeten onderdrukken, die sinds April in heel Armenië gaande zijn. Een belangwekkende vraag doet zich naar aanleiding van dit bericht der 20 opgehangen socialisten op, zegt Soerakof.

Wisten de vertegenwoordigers van Duitschland in Turkije van dit vonnis? De bevestiging van het vonnis door den Sultan en diens verhouding tot de bekende vertegenwoordigers van Duitschland maken dit hoogst waarschijnlijk. Maar dan is het gebiedend noodzakelijk, dat de Duitsche Regeering zich onmiddellijk en onomwonden erover uitlaat, of niet van Duitsche zijde had kunnen worden verhinderd, dat aan 20 Armenische Sociaaldemokraten een doodvonnis wordt voltrokken, die evenmin als Duitsche S.D., eraan dachten een misdaad te begaan. De Duitsche Sociaaldemokratie moet niet alleen van het standpunt van het proletarische Internationalisme erop aandringen, dat de Duitsche Regeering zich hieromtrent uitlaat, maar ze moet dat vooral doen in verband met de godsvrede, die gedurende den oorlog aan beide zijden wordt in acht genomen.

Tot zoover, in de Bremer Burger Zeitung, waaraan wij dit ontleenen, Soerakof. Wij evenwel verwachten van het Duitsche proletariaat, dat niet eens tegen de gevangenneming van Zetkin is opgekomen, op het oogenblik niets. Evenmin als wij iets van het Fransche verwachtten, toen de revolutionairen uit de Doema naar Siberië werden gezonden.

Wp.

Colofon