De Telegraaf, 2 juli 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Armeniërs en de conferentie der Labour Party

LONDEN, 1 Juli.

Reuter verneemt, dat op de conforentie der Labour Party een pathetisch beroep is gedaan ten gunste van de Armeniërs. Nadat in dit beroep is verklaard, dat het verdrag van Brest Litowsk wellicht de grootste ramp in de Armenische geschiedenis zal blijken te zijn, doordien het zoo'n groot gedeelte van Armenië aan de Turken heeft afgestaan, wordt er verder in gewaagd van de ongeëvenaarde gruwelen gedurende den oorlog in Turksch Armenië gepleegd, waar ongeveer een millioen menschen zijn vermoord en het sociale leven geheel is ontwricht.

In het beroep wordt voorts gezegd:

"Noch de verwoesting van België, noch de hecatomben in Syrië, noch zelfs de afgrijselijke tragedie van Servië, zijn op één lijn te de misdaden en de verschrikkingen van het Turksch bewind in Armenië. En thans staat het volk van Armenië voor een nieuwe vreeselijke beproeving. Dat de soc.-democratie er voor wake, dat dit kleine oude volk wordt uitgeroeid.

Het Armenische volk heeft recht op de vrije zelfbeschikking van zijn lot. Het heeft het recht verdiend op zelfbestuur door den beschavingsarbeid van 25 eeuwen en den strijd voor de vrijheid door zijn natuurlijke gaven, zijn democratischen geest en hartstochtelijke liefde voor de Westersche beschaving" (Reuter).

Colofon