Tilburgsche Courant, 25 augustus 1898
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De ellende in Armenië

Mgr. Charmetant zondt ons de volgende regelen:

Met een gevoel van levendige erkentelijkheid, brengen wij onzen dank aan de edelmoedige gevers, voor al het goed, dat zij met ons hebben helpen tot stand brengen ten opzichte onzer rampzalige broeders in Armenië.

Zij hebben medegewerkt tot behoud en herstel der geteisterde provinciën, die verwoest waren door moordenarijen, verkracht door het ongeloof, door roof en brand.

Ruim zeven honderd duizend franks heeft de Katholieke weldadigheidszin bij elkaar gebracht en ter onzer beschikking gesteld, om onze ongelukkige broeders bij te staan en hen van den hongerdood te redden; want nadat zij slachtoffers geweest zijn van de schrikkelijkste aller vervolgingen, die er meer dan 300.000 tot martelaren heeft gemaakt, decimeerde de hongersnood de overlevenden en dreigde onder hen zijn woontent op te slaan, indien de missionarissen het iniatief niet hadden genomen om van de, door ons verzamelde gelden, ossen en granen te koopen, waarmee de akkers weer konden beploegd worden en bezaaid, en de toekomst weer eenigszins met hoop kon worden te gemoet geblikt.

Welk een troost ligt voor onze edelmoedige gevers, in de gedachte, dat 't hun giften, hun aalmoezen zijn, die dit onschatbaar goed hebben tot stand gebracht;.

Ziehier, wat ons de wakkere Overste van de missie der Domikanen te Wan schrijft:

"Gelieve de schenkers de verzekering te geven, dat hun aalmoezen geheele dorpen aan den ondergang onttrekken en krachtig meewerken tot redding der Armenische bevolking, die, zonder uw geschenken, onvermijdelijk veroordeeld zou geweest zijn tot hongersnood en algeheele vernietiging.

Ondanks de ruime giften, blijft de hongersnood voortwoeden; verschillende dorpen hebben hun laatsten voorraad verteerd. Onze ongelukkige Kristenen rekken hun ellendig leven bijna uitsluitend met het gras der velden. Zelfs zij, die ondersteuning van ons hebben ontvangen, leggen zich wreede verstervingen op, en voeden zich met gras, om het geld, dat wij hen hebben kunnen verstrekken, geheel aan den zaaitijd te kunnen besteden."

Wij doen daarom een voortdurend beroep op de liefderijke sympathie onzer bemiddelde weldoeners, om onze ongelukkige broeders ter hulp te komen. Er is daar nog veel en waarachtig goed te doen.

Mgr. F. CHARMETANT,
Groot-Aalmoezenier der Ridders van de Militie van Kristus,
Directeur der Werken v. 't Oosten.


N.B. Ook wij brengen, namens Mgr. Charmetant, onzen besten dank aan allen die bereidwillig hun giften voor dit verheven doel aan onze redactie hebben ingezonden.

P.N.B.

Colofon