Nieuwe Leidsche Courant, 27 augustus 1935
Bron: Regionaal Archief Leiden

Karin Jeppe - Weldoenster der Armeniërs

Over Karin Jeppe, die de vorige maand te Aleppo op 59-jarige leeftijd stierf, de hooge commissarisse van den Volkenbond voor de Armeensche minderheden en de groote vriendin van het Armeensche volk, vernemen wij uit de Orthodoxe pers tal van bijzonderheden, die in het licht stellen, welk een leven vol opoffering deze vrouw aan het lijdende Armeensche Christenvolk heeft toegewijd. In 1903 kwam Karin Jeppe (een Deensche onderwijzeres) naar armenië en werkte daar onder leiding van dr. Lepsius te Urfa in Mesopotamië in de ziekenverpleging en in de philantropische inrichtingen, totdat de oorlog uitbrak. Toen vonden in Armenië de bekende massamoorden plaats, bij welke schier alle volwassen mannen werden gedood en de vrouwen en kinderen werden gedeporteerd. De deportatiecolonne trok langs den Euphraat, waar de Arabieren uit de scharen der weerloozen zich vrouwen en kinderen naar hun believen toe-eigenden en de rest verkommerde, totdat de Volkenbond uiteindelijk ingreep. Deze droeg de hulp die gebracht moest worden, aan Karin Jeppe op, de trouwe arbeidster, die al de jaren, dat de stortvloed van ellende over het Armeensche volk kwam, onvermoeid en vol opoffering had doorgewerkt, zoekende te redden, wat te redden viel. Nadat zij de Volkenbondsopdracht ontvangen had, sloeg zij haar hoofdkwartier te Aleppo op, in het Fransche mandaatgebied en richtte een net van zoekposten in, welke de als slaven verstrooide Armeniërs zooveel mogelijk moesten opzoeken, bevrijden en naar Aleppo zenden. Het gelukte haar 1900 Christelijke Armeensche vrouwen en kinderen weder uit de Mohammedaansche slavernij te bevrijden.

Een vrijstad bij Aleppo

Een geheele stad werd nabij Aleppo gebouwd, waar al wat Armeensch was, onder haar leiding samenvloeide. In deze stad leven thans ongeveer 50,000 Armeniërs, arm, zeer bekrompen gehuisvest, maar vrij. Karin Jeppe organiseerde deze stad, merkwaardigerwijze op basis van een schier volkomen gemeenschap van goederen, die zij bestuurde tot aller heil en bevrijding en die zij gebruikte als voorbereiding voor het eigenlijke kolonisatiewerk. Zij reisde persoonlijk naar den Bedoeïnenhoofdman Hamjin Pacha, die tusschen den Euphraat en den Bagdad-spoorweg groote landstreken bezit, welke voor kolonisatie geschikt zijn en wist daar in 1924 de eerste koloniën tot stand te brengen (Tel Armen en Tel Samen). De stad bij Aleppo werd zoodoende doorgangshuis voor degenen, die zich in 't kolonisatiegebied voorgoed vestigden. Op deze wijze is thans het Armeensche volk in Syrië weer 150,000 zielen sterk.

Een ongekroonde vorstin

Karin Jeppe is de ongekroonde vorstin geweest van dezen staat, die grootendeels als vrouwenstaat begonnen is, maar waar allengs ook de manlijke jeugd weer opgroeit en de plaatsen van den man inneemt.

Zij is niet alleen de weldoenster van het Armeensche volk geweest, maar ook de onvolprezen organisatrice van dit nieuwe Armeensche volksbestaan, de ziel van den ganschen religieusen, staatkundigen en maatschappelijken wederopbouw van dit verweesde Christenvolk en daarbij de onvermoeide raadgeefster en helpster in alle mogelijke persoonlijke aangelegenheden van de talloozen, die tot haar kwamen. Zij behoort onder de grootsten der aarde.

Karin Jeppe is slechts 59 jaar oud geworden; haar kracht is opgebrand in den dienst van haar geweldige taak. Den 7en Mei van dit jaar schreef zij in haar laatste brief naar Bazel: "Recht gezond en arbeidssterk ben ik helaas niet meer. Ik geloof, dat ik oud word en daartegen is geen kruid gewassen; ik heb in mijn leven ook vrij wat moeten doen en derhalve is dit op zichzelf niet te verwonderen".

Colofon