Het Centrum, 6 augustus 1919
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Vreeselijken moord

op de Armeniërs gepleegd, naar aanleiding van een boek van dr. Lepsius, thans te Potsdam verschenen. Uit de documenten blijkt, dat een millioen Armeniërs, dat is meer dan de helft van het geheele volk is vermoord en vaak onder de meest afgrijselijke omstandigheden.

Bovendien bevinden zich thans nog duizenden vrouwen en meisjes in Turksche harems. Een Turksche cavalarie-brigade (no. 86) heeft in vier dagen tijds meer dan 20,000 vrouwen en kinderen stelselmatig geslacht.

De beweringen der Turken aangaande opstanden der Armeniërs als voorwendsel voor de "maatregelen" noemt schrijver: grove misleidingen. Maar hij meent, dat Duitschland onschuldig is, dat de Duitschers zelfs onophoudelijk hebben gepoogd, daaraan een einde te maken.

Toch moet de K.V. erkennen, dat de Duitsche regeering een ernstige fout (schweren Fehler) heeft begaan, door de Duitsche pers tot zwijgen te veroordeelen. Ja, zelfs bracht de censuur het zoover, dat de Duitsche bladen enkel artikelen konden opnemen om Turkije te verheerlijken.

De Heraut geeft het getuigenis van een Armeniër: "De Turken hebben den Armeniërs dikwijls gezegd, dat zij aldus handelden op bevel van den Duitschen Keizer en met toestemming van het Duitsche volk. Maar wij geloofden het niet."

Toch zegt het blad, begint men in Duitschen Christelijke kringen te gevoelen, dat het bondgenootschap met Turkije mede voor rekening van het Duitsche volk ligt en het daarom ook schuldig is aan de namelooze ellende, die over de Armeniërs kwam.

Colofon