Algemeen Handelsblad, 8 november 1921
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Fransch-Britsche moeilijkheden over Turkije

LONDEN 7 Nov. (N.T.A. draadloos uit Leafield ) Heden is den Franschen gezant te Londen een memorandum overhandigd, hetwelk het standpunt der Britsche regeering inzake het Fransch-Kemalistische verdrag vastlegt. Het door de Britsche regeering ingenomen standpunt heeft de algemeene goedkeuring der bladen van alle richtingen verworven. Zoolang er nog geen antwoord van het Fransche kabinet is ontvangen, bestaat de wensch om zich te onthouden van een verdere bespreking van het Britsche standpunt, en algemeen wordt uiting gegeven aan de hoop, dat Parijs in staat zal zijn een bevredigende uitleg te geven van hetgeen thans slechts kan worden opgevat als een ernstig afwijken van de duidelijke afspraak tusschen de geallieerden.

Eenzelfde terughoudendheid was heden merkbaar in Chamberlain's antwoord in het Lagerhuis op de vraag het verdrag te bespreken "met het oog op zijn mogelijken invloed op de levens der Grieken, Armeniërs en andere Christelijke bewoners in het Nabije Oosten".

Chamberlain verklaarde dat, daar de aangelegenheid bij de Britsche en Fransche gedelegeerden in behandeling is, zij niet tegelijkertijd in het Huis kan worden besproken. Hij voegde er aan toe, dat de voorwaarden der Fransch-Kemalistische overeenkomst pas de laatste paar dagen ter kennis der Britsche regeering is gebracht.

Harmsworth, onderstaatssecretaris voor buitenlandsche zaken, die antwoordde op een vraag betreffende de terechtstelling van Grieken en Armeniërs door de Kemalisten, zeide dat de Turksche pers de executie van Grieken heeft erkend. De Britsche regeering heeft inlichtingen ontvangen, dat 950 Grieken en Armeniërs zijn omgekomen op zeer barbaarsche wijze. Krachtens het verdrag van Sèvres is Frankrijk in het bijzonder betrokken bij quaesties, weïke met Cilicië verband houden, en de Britsche regeering is thans bezig met de Fransche dienaangaande overleg te plegen.

De "Temps" zegt dat men het hem zal vergeven indien hij nog niet op de kritiek antwoordt, welke de Fransch-Turksche overeenkomst in Engeland heeft uitgelokt. Wanneer men den inhoud zal kennen van het memorandum, dat de Britsche regeering heeft aangekondigd, zal het blad niet in gebreke blijven dit document met de noodige nauwkeurigheid te onderzoeken.

Het blad verklaart zeer goed te kunnen begrijpen dat de Britsche confrères neiging gevoelen om, en dat hun wellicht is verzocht, de openbare meening in hun land wat op te warmen. De Britsche diplomatie bevindt zich inderdaad in een vrij moeilijke positie: zij heeft de vertegenwoordigers van Angora verzocht naar Londen te komen; en te Londen is tusschen Briand en Bekir Sami bei een Fransch-Turksche overeenkomst tot stand gekomen, welker bepalingen met weinig wijzigingen door Moestafa Kemal en Franklin-Bouillon overgenomen zijn. In de maand April heeft de Fransche regeering de Britsche den tekst van deze eerste overeenkomst overhandigd, en gedurende zes maanden heeft de Quai d'Orsay geen enkel protest van het Foreign Office ontvangen. Indien de Britsche deskundigen, die zich met het Oostersche probleem bezig houden, thans het debat willen heropenen, begrijpt men dat zij dit doen vooraf gegaan door een perscampagne om een gedachtestrooming te verwekken, of althans de illusie hiervan te geven. De "Temps" wil hen in dit voorbeeld niet volgen.

Wel houdt het blad zich bezig met het artikel in de "Times", waarin wordt gezegd dat het feit, dat de Britsche regeering zulke sterke belangen heeft in de petroleumondernemingen in het Oosten de Amerikanen ten zeerste verontrust, en dat de Britsche regeering zich er slechts aan te onttrekken heeft om deze cnrust te doen verdwijnen. Het Parijsche blad zegt niet te kunnen nalaten op te merken dat de streek van Mosoel en de Kaukasus groote petroleumreserves bevatten, en dat de Engelschen hoofdzakelijk deze gebieden op de Turken betwisten. Het weigeren de regeering te Angora, die met de Kaukasus-staten heeft onderhandeld, te erkennen; het handhaven der Fransche troepen in Cilicië opdat koning Feisoel in Mesopotaniië beter beschermd is tegen de Turken – dit is een program, dat van zelf spreekt als men de groote petroleumbronnen in Azië aan de vrije concurrentie der westersche mogendheden met welke de Turken bereid zijn te onderhandelen, wil onttrekken. Doch Frankrijk voert niet deze politiek der "gesloten deur". Het wil dat Turkije zonder voogdij of monopolie voor de werkzaamheid van elkeen open is.

Colofon