Algemeen Handelsblad, 5 november 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Armenië

Armenië en de wapenstilstand met Turkije

LONDEN, 4 Nov. (Eigen bericht.) Van verschillende zijden wordt met leedwezen opgemerkt, dat in de voorwaarden voor den wapenstilstand met Turkije geen bepaling is gemaakt voor de bezetting der Armeensche villajets door de Britsche troepen, en ook dat de voorwaarden te genadig zijn.

Lord Bryce deed aan de "Manchester Guardian" een verklaring betreffende de Armeensche quaestie. Naar zijn opvatting zou het beter geweest zijn, wanneer een bepaling was gemaakt voor de onmiddellijke bezetting van de zes Armeensche villajets en ook van Cilicië, maar hij kon niet gelooven, dat deze nalatigheid het gevolg was van eenigen twijfel aan de noodzakelijkheid en den neteligen plicht om alle Armeensche districten eens en voor al te bevrijden van elk spoor van Turksche heerschappij. Het overlaten van de Oostersche christenen uit Armenië en Syrië aan de Turksche heerschappij zou hier de diepste verontwwardiging wekken, en zoo mogelijk nog dieper in de Ver. Staten. Bryce betreurde dat geen bepaling was gemaakt voor de bezetting der villajets door de geallieerde troepen, met het oog op het feit, dat de demobilisatie van het Turksche leger een groot aantal gewapende mannen zal vrijmaken, die zich over het land zullen verspreiden, en ook omdat de Armeensche vrouwen en kinderen, die in 1915 door de Turken in slavernij werden weggevoerd, niet naar huis zullen durven terugkeeren, wanneer het land niet behoorlijk door geallieerde troepen is bezet.

Daarom moeten alle pogingen in het werk worden gesteld om Turksch Armenië met een voldoende macht te bezetten, want de bepaling dat de geallieerden de villajets zullen bezetten in geval van wanordelijkheden is niet afdoende. Er zouden vele misdaden kunnen plaats hebben, die nog niet direct wanordelijkheid zouden beteekenen.

Een protest

Het Armenische Correspondentie-bureau te 's-Gravenhage protesteert er tegen, dat eenig geloof worde geslagen aan de betuiging van den nieuwen Turkschen grootvizier, dat het nieuwe kabinet besloten heeft, allen (er kan slechts sprake zijn van de Armeniers), die, door militaire noodzaak, van eene plaats naar eene andere in het binnenland waren gedeporteerd, naar hunne haardsteden te laten terugkeeren en hun hunne goederen terug te geven.

Volgens de Armeniërs is de terugkeer der overgebleven gedeporteerden naar hunne haardsteden slechts een voorwendsel om deze ongelukkigen te beletten, een toevlucht en bescherming te vinden bij de Engelschen, wier legers Armenië snel naderen.

De Armeniërs hebben niet het minste vertrouwen in eenig Turksch bestuur. Alle regeeringen, die elkander opgevolgd zijn in Turkije, hebben de vervolging der Armeniërs als een beginsel van binnenlandsche politiek aanvaard. Artikel 61 van het verdrag van Berlijn in 1878, erkent de noodzakelijkheid, van hervormingen in Armenië en de bescherming der Armeniërs tegen de Turksche vervolgingen; niettegenstaande dat, zijn deze voortgezet met steeds meer bloeddorstigheid, getuige daareven de moordpartijen, georganiseerd door Abdul-Hamid, die van 1909 onder het bestuur der jong-Turken en eindelijk in 1915 de uitmoording van een millioen Armeniërs, onder voorwendsel van militaire noodzaak.

De Armeniërs hopen, dat de geallieerden, de beschermers der verdrukte naties, zich niet om den tuin zullen laten leiden door de woorden der Turken en dat zij de algeheele bevrijding van Armenië van onder het Turksch juk zullen eischen.

De Staat Armenië

(Van onzen medewerker te Lausanne.)

Van Luigi Luzzatti, Italië's welbekenden oud-premier, las ik zooeven een hoogst belangrijk hoofdartikel in den "Corriere della Sera" over het verzoek van Turkije om een wapenstilstand en om vrede. Het gaat om de Armenische quaestie, waarover ik onder den titel "Aan den Euphraat" onlangs eenige bijzonderheden melden kon.

De Italiaansche staatsman dan schrijft:

"Het zwaarst onderdrukte der volkeren doch een waarover men gewoonlijk niet spreekt is het Armenische. Geplaatst onder het juk van Rusland, van Turkije, van Perzië, lijdt het gedurende lange jaren reeds de gruwelijkste kwellingen in een dubbel martelaarschap, politiek en godsdienstig beide. De slachtingen der Armeniërs met een stelselmatige wreedheid door Turken en Koorden bedreven, zijn de meest verfoeilijke bedrijven uit den huidigen oorlog. "Wanneer eenmaal de geschiedenis er van wordt geschreven, gebaseerd op het eerste onderzoek, dat ingesteld zal worden door den Bond der Volken, zullen zonder twijfel de Armeniërs de eerste plaats bekleeden in het politieke en godsdienstige martelaarschap, nog voor de Belgen, de Serviërs, de Franschen en de Italianen der overweldigde provinciën."

Wij hebben allen gelezen het woord van lot onlangs door generaal Allenby aan de Armeniërs gewijd wegens de hulp door hen onder hunnen dapperen leider, generaal Andraniek, hem geboden bij zijne operatiën ter bevrijding van het Joodsche land van onder de hoeven der Turken. Ook Luzzatti herinnert hieraan, en hij toont aan, hoe dikwijls reeds deze Armeniërs met lijf en goed zich geworpen hebben op het pad, dat de Turksche horden voeren moest naar de Caucasische dalen.

De Engelschen, die, naar zijn bevinden, "steeds in hun oordeel rechtvaardig zijn, hebben, zegt hij, eerlijk erkend de verdienstelijkheid der Armeniërs ten opzichte der wereldbeschaving, toen zij in het Parlement verklaarden, dat Armenië er recht op heeft voor altijd verlost te blijven van het Turksche juk. Doch hunne zelfopoffering, welke hare gelijke niet heeft in den rampspoed, geleden door andere onderdrukte volken, geeft hun recht op eene nog grootere vergoeding. Zij zijn op het punt de constitueering te verzoeken eener sterke nationale eenheid, welke te zamen zal voegen in een enkelen staat al de zonen van hetzelfde ras (? de schrijver bedoelt waarschijnlijk denzelfden stam), die in Perzië, in Rusland, in Turkije worden onderdrukt. Tegen die vreeselijke tyrannie zullen zij een bolwerk vormen ter verdediging der cultuurwereld. Van heden aan moeten gelijk de Joegho-Slaven ook de Armeniërs erkend worden in een onafhankelijken staat."

In verband met hetgeen ik schreef in mijn bovengenoemd vorige artikel, begrijpt de lezer wel reeds waarom het den Italiaanschen oud-premier te doen is. Hij ziet het vredesvoorstel der Turken. Hij weet, dat aan dit openlijke voorstel in Italië, te Parijs en niet het minst hier te Lausanne en aan de Zwitsersche Riviera van ons Lac Léman reeds allerlei kronkelige konkelingen van Turksche zijde zijn voorafgegaan. Hij kent de politieke voorzichtigheid dezer natie, welke wil, dat in binnenlandsche zaken van twee broeders één behoort tot de Itihad-partij en één tot de Itilaf-partij, in buitenlandsche zaken één tot de Engelsch-gezinden en één tot de Duitsch-gezinden, zoodat plus ça change, plus ça reste la même chose in het liefelijk Stamboel. En hij vreest, dat men, zoo niet aan deze, dan aan gene zijde van den Oceaan, zich toch nog zal laten misleiden door louter schoonen schijn.

Daarom blaast hij, de schrandere zoon van het Oude Volk, de groote staatsman, die in zijn leven wat medemaakte, luide de alarmtrompet, aleer hot te laat zij. Daarom ook citeert hij dr. Stepanian, den algemeenen secretaris van het Armeensche Comité, dat thans door dezen te Rome vertegenwoordigd wordt. Hij betoogt het bedriegelijke van eene "cabinetswisseling" in een land als Turkije. Tevfiek pasja, als grootvizier genoemd,wil thans pro-Entente heeten, terwijl hij nog kort geleden, toen Duitschland troef was, moest doorgaan voor pro-Duitsch. Ieder geringste toegeven aan Turksche wenschen moet uitloopen op ellende, is eene misdaad. Wil men nog sterker bewijzen dan de 700.000 geslachte Armeniërs en de vele honderdduizenden verkrachte? Door toe te geven verried het Westen de zaak zijner eigen cultuur.

Van Duitsche zijde wordt thans, naar ik weet, diplomatiek alles gedaan om de Armenië onder Turksch beheer te houden. Intusschen staat door machtige voorspraak Armenië's toekomst er niet slecht voor. Wilson verpersoonlijkt de aloude liefde en hulpbetoon van Amerika. Lloyd George vertegenwoordigt de Gladstoniaansche traditie. Clemenceau bindt warme vriendschap aan den zoon van Noebar pasja, den grooten Armenischen staatsman. Thans roert ook Luzzatti zich in Italië's hoofdorgaan. Zal daartegen bestand blijken al de slipperige sluwheid van Stamboel?

Niet altijd is het werelddrama tragedie. Niet altijd triomfeeren Kwaad en Dwaasheid.

Colofon