Algemeen Handelsblad, 22 oktober 1920
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De toestand in Mesopotamië

Blijkens een communiqué van het Britsche ministerie van oorlog is door het ontzet der garnizoenen van Samawa en Koefa en de inneming van Toewarij de eerste en voornaamste phase der militaire operaties in Mesopotamië afgesloten. De spoorwegen, die van Baghdad uit loopen, noordoostwaarts naar Kifri en Perzië, noordwaarts naar Sjergat, westwaarts naar Feloejah en zuidwaarts naar Hillah, zijn hersteld en in de gebieden, waardoor zij loopen, is met succes eenige orde geschapen. Dit heeft heel wat vechten, marcheeren en arbeid meegebracht voor de Britsche en Indische troepen. Sinds begin Augustus zijn er blokhuizen opgericht niet alleen te Bassorah, Bagdad, Hillah en andere belangrijke centra, maar langs 500 mijlen spoorweg. Ongeveer 450 vrouwen en 400 kinderen, gezinnen van Britsche soldaten en burgers, die naar Mesopotamië zijn gegaan om zich bij dezen te voegen, zijn naar de kust gebracht en op weg naar huis. Voorts zijn er 25.000 Assyrische vluchtelingen bijeengebracht te Mosoel en 16.000 Armeniërs te Bassorah, terwijl 26.500 Turksche krijgsgevangenen gerepatrieerd zijn. De Britsche verliezen hebben van 1 Juni tot 1 October bedragen 416 gedood of overleden; 1119 gewonden, 159 gevangenen in handen der Arabieren (één ervan is in gevangenschap bestorven) en 473 vermisten. De Arabische verliezen kunnen niet met juistheid worden geraamd, doch zij zijn aanzienlijk grooter dan de Britsche.

Den 19en hebben de Arabieren 79 Britsche en 88 Indische gevangenen vrijgelaten.

Colofon