Algemeen Handelsblad, 19 januari 1923
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Een rechterlijke uitspraak over het niet-bestaan eener Armeensche regeering

Teekenend voor den huidigen toestand is het feit, dat dezer dagen een Fransche rechtbank heeft beslist, dat een zich noemende onafhankelijke en vrije regeering – die van Armenië – niet bestaat!

In 1918 had de regeeringstad van Armenië geld noodig en verklaarde derhalve de katoen, het staatsmonopolie op het gebied der Armeensche republiek. Onmiddellijk werd de katoen opgevorderd bij de industrieelen, aan wie men een centime per kilo betaalde. Een particuliere katoenmaatschappij beweert, dat de staat die katoen weer voor 60 centimes verkocht! Te Batoem, dat toen door Fransch-Engelsche troepen was bezet, opgevorderde katoen vindend, liet de maatschappij deze met machtiging van den Franschen hoogen commissaris voor den Kaukasus in beslag nemen en scheepte ze in naar Frankrijk. Te Havre eischte de Armeensche delegatie de katoen op en vroeg aan de rechtbank haar tot eigenares er van te verklaren. Maar de rechtbank heeft beslist, dat Armenië als regeering niet bestoud. Het is wel bij het verdrag van Sèvres als onafhankelijke staat erkend, maar dit verdrag is nog niet geratificeerd. Bovendien overwoog de rechtbank, dat Armenië sedert November 1920 in handen der roode troepen is gevallen en een bolsjewieksche staat is geworden. Er is dus volgens de rechtbank geen Armenië meer en de delegatie, te Parijs gevestigd, kan het land dus niet meer in rechte vertegenwoordigen.

Colofon