Algemeen Handelsblad, 16 maart 1921
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Talaät pasja vermoord

BERLIJN, 15 Maart. (W.B.) Hedenmorgen werd op straat een bejaard heer door een uit Perzië afkomstig student doodgeschoten.

Naar wij van officieele zijde vernemen, is het de voormalige grootvizier Talaät pasja.

BERLIJN, 15 Maart. (Eigen ber.) Het staat thans vast, dat inderdaad de Turksche ex-grootvizier Talaät pasja heden het slachtoffer van een moordaanslag is geworden.

Naar wij vernemen, leefde hij sedert de ineenstorting van Turkije te Berlijn onder den schuilnaam van Ali Sali Bey. Vandaar dan ook het feit, dat men onder de papieren van den vermoorde een visitekaartje vond met dien naam erop. De moordenaar is 23 jaar en Perzisch student. Men neemt aan, dat de moord is gepleegd uit wraak voor de Armenische gruwelen, die ten rechte of ten onrechte aan Talaat pasja worden toegeschreven.

De Berlijnsche politie heeft den moordenaar geen verhoor kunnen afnemen, daar deze uiterst gebrekkig Duitsch spreekt en men er tot dusver niet in slaagde, een Perzischen tolk te vinden. Het weinige, dat de jonge man na de arrestatie zeide, was: "hij buitenlander, ik buitenlander, Duitschland niets mee te maken".

(Talaat pasja was met Enver bey en Kemal pasja een der meest op den voorgrond tredende leiders der Jong-Turksche beweging. In 1914 werd hij staatssecretaris van buitenl. zaken. In 1915 leidde hij de nationalistische beweging in Turkije onder de leuze: Turkije aan de Turken. In 1917 werd hij pasja en grootvizier. Talaat was een warm voorstander van het Duitsch-Turksche bondgenootschap en meende na den oorlog genoodzaakt te zijn naar Duitschland te vluchten. De Turksche regeering vroeg kort daarop aan de Duitsche zijn uitlevering, die evenwel geweigerd werd.)

Colofon