Boeken
 
Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn er een aantal boeken en pamfletten verschenen die uitgebreid verslag doen van de vervolging van Armeniërs. De meest bekende is het zeer gedetailleerde rapport Marteling der Armeniërs in Turkije dat in 1918, aan het einde van de oorlog, gebruikt werd om in Nederland geld in te zamelen ten bate van Armeense overlevenden. Marteling der Armeniërs in Turkije is een Nederlandse bewerking van het Duitse rapport Bericht über die Lage des Armenischen Volkes in der Türkei uit 1916,1 dat in Duitsland was uitgeven door Johannes Lepsius, een Duitse theoloog en oriëntalist, die zich in de twee decennia daarvoor al eerder had ingezet om de positie van Armeniërs in het Ottomaanse Rijk te verbeteren.
 
Eerder, in 1916 en 1917, waren er van Britse zijde al een aantal kleinere uitgaven verschenen die bedoeld waren om de publieke opinie in Nederland te beïnvloeden ten aanzien van de landen waar Groot-Brittannië mee in oorlog was, waaronder het Ottomaanse Rijk. Het Britse rapport Armenische gruwelen – het vermoorden van een volk en de meer propagandistisch getinte pamfletten De Turksche overheersing, Het bloedig juk van den Turk en Turkije: verleden en toekomst, waar de later befaamd geworden Britse historicus Arnold J. Toynbee voor verantwoordelijk is, worden gekenmerkt door een scherpe tegenstelling tussen negatieve beeldvorming over “onbeschaafde” Turken en moslims en een positieve beeldvorming over de “beschaafde” Armeniërs en christenen. Hoewel deze Britse uitgaven onderdeel waren van oorlogspropaganda, is uit later onderzoek gebleken dat de gebruikte ooggetuigenverslagen consistent zijn en dat Toynbee's werk was gebaseerd op degelijk wetenschappelijk onderzoek.2

Behalve voor Marteling der Armeniërs in Turkije is er in de Nederlandse pers geen aandacht geweest voor deze uitgaven. Net als in de Engelstalige pers is in al deze uitgaven, in tegenstelling tot de berichtgeving in de Nederlandse pers, ook in enige mate aandacht voor andere slachtoffers van de vervolgingen, zoals de christelijke Arameeërs en Grieken en in mindere mate Arabieren en Jezidi's. De Arameeërs werden meestal aangeduid als Syriërs of Assyriërs, maar ook benoemd als religieuze groeperingen zoals Syrisch-orthodoxen, Nestorianen, Chaldeeërs en Maronieten.

Marteling der Armeniërs in Turkije 
Dit zeer uitgebreide rapport, inclusief statistieken, dat in februari 1918 is uitgegeven door het Nederlandsch Comité tot hulpbetoon aan de noodlijdende Armeniërs, werd gebruikt om geld in Nederland in te zamelen ten bate van Armeense overlevenden van de genocide. Lees verder 

Armenische gruwelen – het vermoorden van een volk 
De Nederlandse vertaling van het Britse rapport Armenian Atrocities – The Murder of a Nation, dat in oktober 1915 is uitgegeven in Groot-Brittannië. Samengesteld uit de eerste ooggetuigenverslagen die via de Verenigde Staten Groot-Brittannië bereikt hadden. Lees verder 

Gemarteld Armenië 
Persoonlijk verslag uit 1916 van de Fâ'iz El-Ghusein, een voormalig ambtenaar van de Ottomaanse overheid, die ooggetuige was van de genocide op Armeniërs en zelf beschuldigd werd van het aanwakkeren van een opstand tegen de Ottomaanse overheid door Arabieren. Lees verder 


Pamfletten met een politieke strekking
 
De oorspronkelijke Engelstalige versies van deze pamfletten zijn eerder als essay verschenen in The Round Table Journal, A Quarterly Review of the Politics of the British Empire, het periodiek van The Round Table Movement, dat tot doel had de bredere aspecten van koloniale en imperiale aangelegenheden van het Britse Rijk te belichten. The Round Table Movement was een vereniging van organisaties die zich inzette voor een hechter verbond tussen Groot-Brittannië en de zelfbesturende kolonies.3 De verhandelingen, in 1917 in boekvorm uitgegeven, zijn geschreven door de Britse historicus Arnold J. Toynbee, die als wetenschapper betrokken was bij Wellington House, het geheime Britse oorlogspropagandabureau. Het bureau richtte zich op de publieke opinie in landen die neutraal of bondgenoot waren in de oorlog.4
 
De pamfletten bevatten uitgebreide analyses waarom de in de toenmalige heersende westerse visie “moorddadige Turken” niet in staat zouden zijn een land goed te besturen, wat te doen nadat het Ottomaanse Rijk de oorlog had verloren en de rol van Groot-Brittannië in de herontwikkeling van de verkregen gebieden. Opvallend aan deze pamfletten is dat de Armeense genocide wordt geplaatst in een groter verband van dwingend Turks nationalisme van het heersende regime van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang, ook bekend als Jong-Turken, en het “verturken” van het Ottomaanse Rijk. Tegenwoordig staat dit bekend als “turkificatie”, een demografische strategie om het Ottomaanse Rijk dat aan zijn laatste adem bezig was te ontdoen van niet-Turkse elementen en cultuuruitingen. Dit demografisch beleid is na de stichting van de republiek Turkije in 1923 door de Jong-Turken onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk voortgezet.5

Pamfletten
De Turksche overheersching 
Het bloedig juk van den Turk 
Turkije: verleden en toekomst 

 

1 · Rolf Hosfeld, “Eine deutsche Ausnahme”, in Johannes Lepsius – Eine deutsche Ausnahme. Der Völkermord an den Armeniern, Humanitarismus und Menschenrechte, p. 22, Göttingen, Wallstein Verlag, 2013, 281 blz.
2 · Arnold J. Toynbee was als jonge historicus verbonden aan het Balliol College, onderdeel van de Universiteit van Oxford en heeft de diverse getuigenverklaringen op betrouwbaarheid door collega's laten controleren. De Britse historicus Ara Sarafian heeft later onderzoek gedaan naar de oorsprong van de door Toynbee gebruikte documenten en geconstateerd dat het om originele documenten en ooggetuigenverklaringen ging, die voor een groot deel afkomstig waren van de Amerikaanse overheid. De Verenigde Staten was tot april 1917 neutraal in de Eerste Wereldoorlog.
3 · Bron: website van The Round Table, geraadpleegd op 19 mei 2014 via www.commonwealthroundtable.co.uk/journal/history/.
4 · Bron: “Wellington House” in Wikipedia, geraadpleegd op 19 mei 2014 via en.wikipedia.org/wiki/Wellington_House.
5 · Uğur Ü. Üngör, “Seeing like a nation-state: Young Turk social engenering in Eastern Turkey, 1913-50”, in Journal of genocide Research, 10/1, p. 15-39, Abingdon, Taylor & Francis, 2008.

Colofon